Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 september 2026

Onder 4.9 Parket bij de Hoge Raad 4 september 2026

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 september 2026, ECLI:NL:PHR:2026:839.

Deze klachten slagen niet. De uitleg van processtukken is, zoals bekend, voorbehouden aan de feitenrechter en kan alleen op de (begrijpelijkheid van de) motivering worden getoetst. De rechtsklacht van het subonderdeel stuit daarop al af. Het hof heeft verder, anders dan het middel betoogt, niet in de processtukken gelezen dat Stack c.s. de betreffende grief ondubbelzinnig hebben aanvaard. Die uitleg is niet onbegrijpelijk. Stack c.s. hebben bij Memorie van Antwoord na Verwijzing in nrs. 43 e.v. uitdrukkelijk aangevoerd dat het een nieuwe grief betreft en dat deze grief te laat is aangevoerd. Vervolgens hebben Stack c.s. weliswaar nog inhoudelijk verweer gevoerd, maar ‘slechts voor het geval de rechter de grief toch toelaat’ (nr. 48 e.v.). De feitelijke weergave van de nieuwe grief van [eisers] in nrs. 13 t/m 19 doet daar niet aan af. Kortom, er is niet zonder voorbehoud verweer gevoerd door Stack c.s., zodat het oordeel dat geen sprake is van ondubbelzinnige instemming met de nieuwe grief, niet onbegrijpelijk is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/db40ca430b19808b234ff716b8276d5f1af9c537de36563eb9224d94bddcffda. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt db40ca430b19808b234ff716b8276d5f1af9c537de36563eb9224d94bddcffda, en de alinea staat in dat document op bytes 37616 tot 38828.