Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 september 2026

Onder 4.10 Parket bij de Hoge Raad 4 september 2026

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 september 2026, ECLI:NL:PHR:2026:839.

Subonderdeel I.2 klaagt dat het oordeel van het hof in rov. 5.19 sub a t/m c van een onjuiste rechtsopvatting getuigt met betrekking tot art. 347 en art. 424 Rv, althans onbegrijpelijk is, dan wel ontoereikend gemotiveerd. Het voert aan dat het aan Stack c.s. is om (met stukken onderbouwd) te stellen en te bewijzen dat zij een vorderingsrecht op Triskalion hebben verkregen, maar zij dat niet hebben gedaan. Het voert verder aan dat [eisers] van aanvang van de procedure af zich hebben verweerd met de stelling dat Stack nooit een vorderingsrecht heeft verkregen. Het voert bovendien aan dat op de vraag of Stack c.s. een vorderingsrecht op Triskalion hebben verkregen in deze procedure na verwijzing nog moet worden beslist.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/db40ca430b19808b234ff716b8276d5f1af9c537de36563eb9224d94bddcffda. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt db40ca430b19808b234ff716b8276d5f1af9c537de36563eb9224d94bddcffda, en de alinea staat in dat document op bytes 38908 tot 39696.