Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 september 2026

Onder 4.18 Parket bij de Hoge Raad 4 september 2026

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 september 2026, ECLI:NL:PHR:2026:839.

Het subonderdeel doet een beroep op nieuwe feitelijke ontwikkelingen die een nieuwe grief zouden rechtvaardigen. Het doet in dat kader ook een beroep op een in ‘de Asser’ bepleite – maar verder (nog) niet in de literatuur bepleite of in de rechtspraak aanvaarde – ‘voor de hand liggende’ uitzondering op de tweeconclusieregel, namelijk het geval dat de appellant in een onjuiste veronderstelling over de feiten verkeert op grond van omstandigheden die aan de verweerder moeten worden toegerekend en daarom geen grief heeft aangevoerd tegen hetgeen de rechtbank heeft vastgesteld. Als de appellant dan in de loop van de appelprocedure de ware stand van zaken op het spoor komt en in verband daarmee alsnog een grief aanvoert tegen die feitenvaststelling, zou het in strijd zijn met een goede procesorde als verweerder zich erop zou beroepen dat de grief tardief is aangevoerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/db40ca430b19808b234ff716b8276d5f1af9c537de36563eb9224d94bddcffda. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt db40ca430b19808b234ff716b8276d5f1af9c537de36563eb9224d94bddcffda, en de alinea staat in dat document op bytes 50096 tot 51060.