Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 september 2026
Onder 4.21 Parket bij de Hoge Raad 4 september 2026
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 september 2026, ECLI:NL:PHR:2026:839.
Ik zie de klachten van dit onderdeel ook niet slagen. Het middel gaat ten onrechte uit van de aanname dat het hof niet op basis van een ‘juist feitencomplex’ heeft beslist. Dat mist echter feitelijke grondslag omdat, zoals hiervoor uiteen is gezet, de grief was gebaseerd op informatie die al in eerste aanleg aanwezig was, zodat het hof terecht en niet onbegrijpelijk in rov. 5.19 heeft kunnen oordelen dat als [eisers] de geldigheid van de afsplitsing wilden betwisten vanwege een onnauwkeurige omschrijving van de af te splitsen vermogensbestanddelen, zij dat “in de vorige instanties [hadden] kunnen en moeten doen”. Het hof heeft deze grief daarom terecht buiten beschouwing gelaten. Het onderdeel is verder een herhaling van zetten van de subonderdelen hiervoor en ik verwijs hier daarom naar de bespreking van die subonderdelen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/db40ca430b19808b234ff716b8276d5f1af9c537de36563eb9224d94bddcffda. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt db40ca430b19808b234ff716b8276d5f1af9c537de36563eb9224d94bddcffda, en de alinea staat in dat document op bytes 54862 tot 55719.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/db40ca430b19808b234ff716b8276d5f1af9c537de36563eb9224d94bddcffda | shasum -a 256