Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 september 2026

Onder 4.27 Parket bij de Hoge Raad 4 september 2026

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 september 2026, ECLI:NL:PHR:2026:839.

Subonderdeel II.1 betoogt dat uit hiervoor samengevatte stellingen volgt, althans daarin besloten ligt, dat het faillissement van de vennootschappen en van [eiser 1] zelf niet alleen onnodig waren indien ABN AMRO tijdig had gehandeld en zij bovendien zijn veroorzaakt door ABN AMRO en haar gestelde voorganger Fortis die aan de vennootschappen van [eiser 1] een financieel product hebben opgedrongen, waarvan het inmiddels een feit van algemene bekendheid is dat dit ondernemers veel schade heeft toegebracht en waarvoor ook in deze zaak een bedrag van zo’n € 1,5 miljoen is uitgekeerd. Daarmee staat de onrechtmatigheid van het product vast. Door dit vervolgens niet in één hand te houden, maar af te splitsen kan dus geen verrekening plaatsvinden (ook niet met de schade die ABN AMRO heeft toegebracht aan Triskalion en aan [eisers]). Daarbij is het ook een feit van algemene bekendheid dat faillissementen en gedwongen verkoop schade toebrengen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/db40ca430b19808b234ff716b8276d5f1af9c537de36563eb9224d94bddcffda. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt db40ca430b19808b234ff716b8276d5f1af9c537de36563eb9224d94bddcffda, en de alinea staat in dat document op bytes 60080 tot 61096.