Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 september 2026

Onder 4.36 Parket bij de Hoge Raad 4 september 2026

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 september 2026, ECLI:NL:PHR:2026:839.

Subonderdeel II.2 klaagt dat hof in rov. 5.22 t/m 5.26 heeft miskend, althans onbesproken heeft gelaten dat de zorgplicht zoals aangekaart in de MvG, nrs. 113 t/m 119 (II.0, sub p t/m t) en uitgebouwd in II.0, sub u t/m y) (ook) ziet op de handelwijze van ABN AMRO als (gestelde) rechtsvoorganger van Stack als geheel , zodat het hof daarbij ook de stellingen in II.0, sub a t/m o en u t/m y had moeten betrekken. Het hof heeft dit hetzij nagelaten, hetzij heeft het zijn oordeel op dit punt ontoereikend gemotiveerd. In het bijzonder volgt uit de memorie van grieven, nrs. 115 t/m 119 met een beroep op de analoge toepassing van art 6:145 BW (zie onderdeel II.1), dat [eisers] stellen dat zij dezelfde verweren die zij jegens ABN AMRO geldend kunnen maken ook jegens Stack moeten kunnen aanvoeren. Daarin ligt niet alleen besloten dat ABN AMRO al veel eerder had moeten verrekenen, maar ook dat zij verantwoordelijk is voor de gevolgen van het gehele renteswapdebacle.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/db40ca430b19808b234ff716b8276d5f1af9c537de36563eb9224d94bddcffda. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt db40ca430b19808b234ff716b8276d5f1af9c537de36563eb9224d94bddcffda, en de alinea staat in dat document op bytes 71431 tot 72498.