Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 september 2026
Onder 4.37 Parket bij de Hoge Raad 4 september 2026
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 september 2026, ECLI:NL:PHR:2026:839.
Het subonderdeel klaagt verder dat het hof eraan voorbij heeft gezien, althans onbesproken heeft gelaten, dat ABN AMRO als bank al ten tijde van het aangaan van de renteswaps een zorgplicht had, maar zeker toen de consequenties daarvan duidelijk werden. Uit bovengenoemde stellingen volgt dat het besef er wel was (getuige de brief van mw. Deelstra, zie II.0, sub c, j, m, n en u), maar dat ABN AMRO niet bereid was om destijds tot een werkbare oplossing te komen (zie bijvoorbeeld sub l en m) en dat dit vervolgens heeft geleid tot een reeks faillissementen en executoriale verkopen in een op dat moment slechte vastgoedmarkt. Vervolgens wordt zeven jaar later, in 2019 als het kalf verdronken is, alsnog een vergoeding van zo’n € 1,5 miljoen aan schadevergoeding betaald en dan ook nog op een zodanige wijze via een vestzak-broekzakconstructie, dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn indien het aandeel van ABN AMRO hierin geen rol speelt of kan spelen. En dan is dat niet beperkt tot de mogelijkheid om (eerst) na zeven jaar te verrekenen. Althans het hof had zijn oordeel op dit punt beter moeten motiveren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/db40ca430b19808b234ff716b8276d5f1af9c537de36563eb9224d94bddcffda. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt db40ca430b19808b234ff716b8276d5f1af9c537de36563eb9224d94bddcffda, en de alinea staat in dat document op bytes 72578 tot 73747.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/db40ca430b19808b234ff716b8276d5f1af9c537de36563eb9224d94bddcffda | shasum -a 256