Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 september 2026

Onder 4.40 Parket bij de Hoge Raad 4 september 2026

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 september 2026, ECLI:NL:PHR:2026:839.

Onderdeel III is gericht tegen rov. 5.11 t/m 5.15, 5.23 t/m 5.24 en 5.30. In rov. 5.11 t/m 5.15 heeft het hof het verweer van [eisers] beoordeeld dat er geen sprake meer was van een vordering van ABN AMRO en dat het hypotheekrecht daarmee (als afhankelijk recht) van rechtswege is vervallen, zodat Stack c.s. ook geen (door een hypotheek verzekerde) vordering hebben. Dat verweer heeft het hof verworpen. In rov. 5.23 t/m 5.24 heeft het hof daarop verder gebouwd bij zijn oordeel dat Stack c.s. hun zorgplicht niet hebben geschonden, en niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar hebben gehandeld door aanspraak te maken op het depotbedrag. In rov. 5.30 heeft het tot slot geoordeeld dat (na verwijzing) ‘niet meer speelt’ dat Stack c.s. rekening en verantwoording moeten afleggen over de hoogte van de vermeende vorderingen op de dochtervennootschappen en op welke wijze de door die vennootschappen gestelde zekerheden zijn uitgewonnen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/db40ca430b19808b234ff716b8276d5f1af9c537de36563eb9224d94bddcffda. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt db40ca430b19808b234ff716b8276d5f1af9c537de36563eb9224d94bddcffda, en de alinea staat in dat document op bytes 75209 tot 76236.