Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 september 2026

Onder 4.44 Parket bij de Hoge Raad 4 september 2026

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 september 2026, ECLI:NL:PHR:2026:839.

Allereerst heeft het hof in rov. 5.13 geoordeeld dat ABN AMRO vóór de overgang van de vordering naar Stack een vordering op Triskalion had van € 1.638.921,79 en dat is nog exclusief het buiten incasso gesteld bedrag van € 3.000.000, dat Triskalion nog steeds verschuldigd was. In dezelfde rechtsoverweging heeft het hof geoordeeld dat dit bevestigt dat er wel degelijk op het moment van aangaan van de depotovereenkomst (4 juli 2017) nog een vordering van de bank, respectievelijk van 27 juni van Stack c.s., op Triskalion bestond die het in het depot gestorte bedrag van € 416.981,71 ruim oversteeg . Vervolgens heeft het hof in rov. 5.14 geoordeeld dat uit de stellingen van [eisers] over ‘de rentederivatenkwestie’ niet volgt dat de bank geen vordering meer had op Triskalion. Kort gezegd, omdat zelfs als veronderstellenderwijs (dat volgt uit het feit dat het hof heeft vastgesteld dat er geen verrekening heeft plaatsgevonden) van verrekening van de vordering van Triskalion op ABN AMRO wordt uitgegaan, de bank ook dan een vordering op Triskalion c.s. zou hebben gehad die het depotbedrag ruim oversteeg .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/db40ca430b19808b234ff716b8276d5f1af9c537de36563eb9224d94bddcffda. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt db40ca430b19808b234ff716b8276d5f1af9c537de36563eb9224d94bddcffda, en de alinea staat in dat document op bytes 79758 tot 80998.