Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 september 2026

Onder 4.47 Parket bij de Hoge Raad 4 september 2026

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 september 2026, ECLI:NL:PHR:2026:839.

De rechtsklachten van subonderdeel III.3 zijn niet (voldoende) toegelicht. Ik zie ook niet in hoe het hof art. 149 Rv zou hebben miskend. Hierbij is van belang dat stelplicht en bewijslast van het vermeende onrechtmatig handelen van ABN AMRO in de ‘rentederivatenkwestie’ en de schade die Triskalion c.s. (en in het verlengde daarvan [eisers]) hebben geleden, op [eisers] rustte. Verder volg ik niet dat volgens het subonderdeel de in rov. 5.14 sub d en e genoemde stellingen enerzijds ‘als hypothetisch feitelijke grondslag hebben te gelden’ en anderzijds rechtens onjuist en onbegrijpelijk zijn. Voor zover het subonderdeel opnieuw klaagt dat het oordeel onbegrijpelijk is omdat zonder de rentederivatenkwestie Triskalion c.s. niet zouden zijn gefailleerd, faalt het ook. Zoals gezegd is het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk, omdat ook in dat (hypothetische) geval niet valt in te zien dat de bank geen vordering had die het depotbedrag ‘ruim oversteeg’. Daarbij is verder ook van belang dat Stack c.s. onderbouwd hebben betwist dat de renteswap, althans de afkoop daarvan (namelijk de eenzijdige afschrijving van het bedrag van circa € 900.000 door ABN AMRO), tot de financiële problemen van Triskalion hebben geleid (tot de opzegging van het krediet).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/db40ca430b19808b234ff716b8276d5f1af9c537de36563eb9224d94bddcffda. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt db40ca430b19808b234ff716b8276d5f1af9c537de36563eb9224d94bddcffda, en de alinea staat in dat document op bytes 83789 tot 85181.