Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 september 2026

Onder 4.53 Parket bij de Hoge Raad 4 september 2026

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 september 2026, ECLI:NL:PHR:2026:839.

- Ad (12). Deze klachten zien op rov. 5.22 t/m 5.24. Het subonderdeel klaagt onder 12 dat Stack c.s. wel hun zorgplicht hebben geschonden, dan wel niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid hebben gehandeld, door aanspraak te maken op het depotbedrag, omdat zij wisten, dan wel behoorden te weten dat Triskalion c.s. een vordering op de bank hadden, die hoger was dan de vordering van de bank op Triskalion c.s. Deze klachten gaan niet op. Daarbij heeft het hof wel de feitelijke situatie in juli 2017 beoordeeld, zie rov. 5.13, aan het einde, waar wordt geoordeeld dat op 4 juli 2017 nog een vordering op Triskalion c.s. bestond die het depotbedrag ‘ruim oversteeg’. Verder bepleit het subonderdeel dat de vordering van de bank een ander bedrag betreft, o.m. omdat Triskalion een ‘aanzienlijke tegenvordering’ hebben. Deze stellingen zijn door het hof echter gemotiveerd verworpen in rov. 5.11 t/m 5.15. De daartegen gerichte klachten slagen bovendien niet. De klachten gericht tegen rov. 5.22 t/m 5.24 slagen daarom ook niet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/db40ca430b19808b234ff716b8276d5f1af9c537de36563eb9224d94bddcffda. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt db40ca430b19808b234ff716b8276d5f1af9c537de36563eb9224d94bddcffda, en de alinea staat in dat document op bytes 96646 tot 97704.