Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 september 2026
Onder 3.2 Parket bij de Hoge Raad 4 september 2026
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 september 2026, ECLI:NL:PHR:2026:839.
De rechtbank Zeeland-West-Brabant (hierna: de rechtbank ) heeft, na een tussenvonnis van 28 augustus 2019, bij vonnis van 26 februari 2020 in conventie voor recht verklaard dat Stack recht heeft op het depotbedrag. De rechtbank heeft aan dat oordeel ten grondslag gelegd dat de depotovereenkomst een vaststellingsovereenkomst is, dat [eisers] met de ondertekening ervan zich committeerden aan een uitkomst waarbij het depotbedrag hetzij aan NN hetzij aan Stack zou worden uitgekeerd en dat nu NN te kennen heeft gegeven geen aanspraak te maken op het depotbedrag dit dus aan Stack toekomt. In reconventie heeft de rechtbank [eisers] niet-ontvankelijk verklaard voor zover hun vorderingen zijn ingesteld tegen NN, en de vorderingen tegen Stack c.s. afgewezen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/db40ca430b19808b234ff716b8276d5f1af9c537de36563eb9224d94bddcffda. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt db40ca430b19808b234ff716b8276d5f1af9c537de36563eb9224d94bddcffda, en de alinea staat in dat document op bytes 15385 tot 16252.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/db40ca430b19808b234ff716b8276d5f1af9c537de36563eb9224d94bddcffda | shasum -a 256