Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 september 2026
Onder 4.2 Parket bij de Hoge Raad 4 september 2026
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 september 2026, ECLI:NL:PHR:2026:839.
Onderdeel I is gericht tegen rov. 5.18 en rov. 5.19, alsmede tegen rov. 2.1, 2.2, 3.9, 5.3, 5.5 en 5.6 en het dictum, waarin het hof het verweer van [eisers] dat er geen geldige afsplitsing van de vordering op Triskalion heeft plaatsgevonden vanwege een onvoldoende nauwkeurige omschrijving van deze vordering in de zin van art. 2:334f lid 2 sub b BW, als tardief buiten beschouwing heeft gelaten. Het hof heeft in rov. 5.19, waartegen dit onderdeel zich in de kern richt, geoordeeld dat dit verweer pas voor het eerst in de memorie na verwijzing is aangevoerd, terwijl [eisers] dit verweer al in de vorige instanties hadden kunnen en moeten voeren. Bovendien is volgens het hof geen sprake van een nadere onderbouwing of precisering van eerder ingenomen stellingen en gaat het ook niet om een beroep op na de vernietigde uitspraak gewijzigde feitelijke omstandigheden of feiten die zich nadien hebben voorgedaan, wat wel zou zijn toegestaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/db40ca430b19808b234ff716b8276d5f1af9c537de36563eb9224d94bddcffda. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt db40ca430b19808b234ff716b8276d5f1af9c537de36563eb9224d94bddcffda, en de alinea staat in dat document op bytes 29672 tot 30676.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/db40ca430b19808b234ff716b8276d5f1af9c537de36563eb9224d94bddcffda | shasum -a 256