Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 september 2026
Onder 4.5 Parket bij de Hoge Raad 4 september 2026
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 september 2026, ECLI:NL:PHR:2026:839.
De eerste twee uitzonderingen komen in het onderdeel aan bod; de derde niet. Voor uitzondering (i) geldt dat wanneer een partij tijdens het pleidooi zonder voorbehoud ingaat op een nieuwe stelling, de rechter kan (maar niet: moet) aannemen dat de uitbreiding van het debat ondubbelzinnig is aanvaard. Een ondubbelzinnige instemming hoeft niet expliciet, en kan bijvoorbeeld blijken uit gedragingen van de verweerder, zoals het zonder voorbehoud verweer voeren tegen een nieuwe grief. Bij uitzondering (ii) gaat het met name om een rechterlijke fout of apparaatsfout, of nieuwe ontwikkelingen van feitelijke of juridische aard nadat van grieven is gediend. In het Asser-deel ‘Hoger beroep’ wordt bepleit dat deze uitzondering ook opgaat in het geval sprake is van een aan verweerder toe te rekenen verkeerde voorstelling van zaken bij appellant.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/db40ca430b19808b234ff716b8276d5f1af9c537de36563eb9224d94bddcffda. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt db40ca430b19808b234ff716b8276d5f1af9c537de36563eb9224d94bddcffda, en de alinea staat in dat document op bytes 32604 tot 33721.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/db40ca430b19808b234ff716b8276d5f1af9c537de36563eb9224d94bddcffda | shasum -a 256