Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 september 2026
Onder 4.7 Parket bij de Hoge Raad 4 september 2026
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 september 2026, ECLI:NL:PHR:2026:839.
In de procedure na verwijzing zet de rechter naar wie het geding is verwezen, de behandeling daarvan voort en beslist met inachtneming van de uitspraak van de Hoge Raad (art. 424 Rv). De procedure na cassatie en verwijzing is dus geen zelfstandige instantie, maar vormt de voortzetting van de instantie die voorafging aan het cassatiegeding. De behandeling wordt voortgezet in de stand waarin het geding zich bevond toen de Hoge Raad de vernietigde uitspraak deed. Voor de verwijzingsprocedure geldt dat er in beginsel geen ruimte is voor nieuwe grieven, weren, vorderingen of verzoeken. Zo mag de verwijzingsrechter geen acht slaan op een nieuw verweer dat voor het eerst (bij pleidooi) na verwijzing wordt aangevoerd en dat een partij tijdens de procedure vóór cassatie had kunnen aanvoeren. De Hoge Raad heeft met zoveel woorden de lijn die voor uitzonderingen op de tweeconclusieregel in hoger beroep geldt (zie nr. 4.4 e.v. hiervoor), doorgetrokken tot de procedure na cassatie en verwijzing, daartoe overwegend dat die procedure als een voortzetting van het geding in hoger beroep voor cassatie en verwijzing geldt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/db40ca430b19808b234ff716b8276d5f1af9c537de36563eb9224d94bddcffda. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt db40ca430b19808b234ff716b8276d5f1af9c537de36563eb9224d94bddcffda, en de alinea staat in dat document op bytes 34783 tot 36242.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/db40ca430b19808b234ff716b8276d5f1af9c537de36563eb9224d94bddcffda | shasum -a 256