Citaat | Rechtbank Alkmaar 20 januari 2000
Alinea 49 Rechtbank Alkmaar 20 januari 2000
Een alinea uit Rechtbank Alkmaar 20 januari 2000, ECLI:NL:RBALK:2000:AA4370.
2.1 In rechtsoverweging 7.2 van het vonnis van 23 de-cember 1999 is overwogen dat voor toewijzing van een geldvordering in kort geding slechts plaats is indien het bestaan van de vordering voldoende aannemelijk is, in die zin dat er met grote mate van waarschijn-lijkheid van moet worden uitgegaan dat de rechter die het geschil ten gronde beoordeelt eveneens tot toewijzing zal beslissen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1dd6d0d7e6c98f225b8eafac859f6f40186c99d8addc49d4d209f5a012a09a02. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1dd6d0d7e6c98f225b8eafac859f6f40186c99d8addc49d4d209f5a012a09a02, en de alinea staat in dat document op bytes 10305 tot 10708.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1dd6d0d7e6c98f225b8eafac859f6f40186c99d8addc49d4d209f5a012a09a02 | shasum -a 256