Citaat | Rechtbank Alkmaar 11 februari 2004

Alinea 80 Rechtbank Alkmaar 11 februari 2004

Een alinea uit Rechtbank Alkmaar 11 februari 2004, ECLI:NL:RBALK:2004:AO3453.

5.3 De op 11 april 2000 door [huisarts] verrichte handelingen tot inbrengen van het implantaat dienen te worden gezien als uitvoeringshandelingen van de al op 5 april 2000 tussen [eiseres] en [huisarts] gesloten behandelingsovereenkomst. Gesteld noch gebleken is dat [eiser] aanwezig was bij deze op 5 april 2000 gesloten overeenkomst. Ook gesteld noch gebleken is dat [eiseres] op 5 april 2000 [huisarts] heeft laten weten dat zij de overeenkomst mede namens [eiser] aanging. Door [eiseres] en [eiser] is gesteld dat zij op 11 april 2000 gezamenlijk naar [huisarts] zijn gegaan om het middel te laten plaatsen, dat zij samen met [huisarts] hebben gesproken over Implanon en over de reis naar Australië en voorts dat het inbrengen op beider verzoek plaatsvond. Die feiten zijn echter onvoldoende voor de conclusie dat [huisarts] had moeten begrijpen dat [eiser] wilde toetreden tot de op 5 april 2000 met [eiseres] gesloten behandelingsovereenkomst in die zin dat hij naast [eiseres] als tweede opdrachtgever moest worden beschouwd. De rechtbank komt dan ook tot de slotsom dat de vordering van [eiser], voor zover gegrond op de gestelde behandelingsovereenkomst, bij gebrek aan feitelijke grondslag dient te worden afgewezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/de16c8448d357f876006eafa7a4169db9e232dcd1d7ad780cb249d4214046c70. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt de16c8448d357f876006eafa7a4169db9e232dcd1d7ad780cb249d4214046c70, en de alinea staat in dat document op bytes 18823 tot 20064.