Citaat | Rechtbank Alkmaar 11 mei 2004

Alinea 52 Rechtbank Alkmaar 11 mei 2004

Een alinea uit Rechtbank Alkmaar 11 mei 2004, ECLI:NL:RBALK:2004:AP1019.

4.5.10. De rechtbank is voorts van oordeel dat verweerder zich terecht en op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat, nu het afmeren van de [naam] onder het overgangsrecht valt, er geen ruimte is voor het maken van een belangenafweging. De stelling van eisers dat zij overlast ondervinden van de [naam] in de vorm van verminderde lichtinval en een beperkter uitzicht vanuit hun woningen, kan bij de beoordeling van de vraag of verweerder het verzoek om ten aanzien van [naam] handhavend op te treden op goede gronden met een beroep op het overgangsrecht heeft afgewezen, derhalve geen rol spelen. De omstandigheid dat verweerder in 2001 het standpunt heeft uitgedragen dat het afmeren van de [naam] strijdig was met het bestemmingsplan, kan niet tot een andersluidend oordeel leiden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0071c1920ff0d6c217d8f86b60f95c3a4f2df6584e771c3894f031ac6dc16225. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0071c1920ff0d6c217d8f86b60f95c3a4f2df6584e771c3894f031ac6dc16225, en de alinea staat in dat document op bytes 22222 tot 23028.