Citaat | Rechtbank Alkmaar 25 april 2007

Alinea 149 Rechtbank Alkmaar 25 april 2007

Een alinea uit Rechtbank Alkmaar 25 april 2007, ECLI:NL:RBALK:2007:BA4637.

4.30 Het hiervoor weergegeven voorshands oordeel van de rechtbank is gebaseerd op de stellingen van partijen en het thans aanwezige bewijsmateriaal. Hierbij wordt aangetekend dat het besprekingsverslag eerst bij conclusie van dupliek is overgelegd en dat het debat tussen partijen op dit punt beperkt is geweest. Eiseres c.s. zal worden toegelaten tot het leveren van tegenbewijs, in die zin dat zij zal worden toegelaten feiten en/of omstandigheden te bewijzen waardoor ontzenuwd wordt het vermoeden, dat Hollander het risico, dat de belastingdienst zich bij de vaststelling van de overdrachtsbelasting zou baseren op de koopovereenkomst van 4 februari en dat deze overdrachtsbelasting na het aangaan van de oprichtingsakte CV voor rekening zou komen van Eiseres c.s., tijdens de bespreking op 7 april 1999 op gelijke voet als Wijnkamp, adviseur van De Peyler, kende of behoorde te kennen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f9c155e9cb85229ef61b68939c865f61e71682466f5e927e0e3bcad1a1a4bb96. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f9c155e9cb85229ef61b68939c865f61e71682466f5e927e0e3bcad1a1a4bb96, en de alinea staat in dat document op bytes 47251 tot 48154.