Citaat | Rechtbank Alkmaar 25 september 2007
Alinea 41 Rechtbank Alkmaar 25 september 2007
Een alinea uit Rechtbank Alkmaar 25 september 2007, ECLI:NL:RBALK:2007:BB7337.
14. Namens [huurder] is ter gelegenheid van de mondelinge behandeling voorts gesteld dat beide partijen ten aanzien van de aanvullende overeenkomst hebben gedwaald, daar waar zij aanvankelijk ervan uitgingen dat BP slechts beperkte rechten op het door BP aan [huurder] verhuurde tankstation kon doen gelden terwijl dit later een onjuiste voorstelling van zaken is gebleken. De kantonrechter overweegt dat een beroep in rechte op een vernietigingsgrond weliswaar ook in een verzoekschriftprocedure kan worden aanvaard (HR 25-10-1996, NJ 1997,68), doch dat dit verweer naar het oordeel van de kantonrechter niet kan worden gehonoreerd. Daartoe overweegt de kantonrechter dat niet aannemelijk is geworden dat partijen bij een juiste voorstelling van zaken anders zouden zijn overeengekomen. Daartoe heeft de kantonrechter in de eerste plaats in aanmerking genomen dat gesteld noch gebleken is dat BP zonder deze wederzijdse dwaling wel zou hebben willen instemmen met een langere verlenging van de aanvangsovereenkomst. Reeds in het inleidende gezamenlijke verzoekschrift wordt - kennelijk namens BP - gesteld dat ook gelet op het gegeven dat [huurder] als huurder geen, in ieder geval een zeer beperkt, risico op verlies van investeringen in het gehuurde heeft, BP geen reden heeft om de (semi)dwingendrechtelijke regeling van titel 4 afdeling 6 van Boek 7 BW van toepassing te laten zijn op deze overeenkomst. Een en ander strookt met hetgeen namens BP ook ter gelegenheid van de mondelinge behandeling naar voren is gebracht. Anders dan [huurder] kennelijk heeft willen betogen houdt de kantonrechter het ervoor - het tegendeel is door [huurder] niet aangetoond noch aannemelijk gemaakt - dat de koppeling met de huurovereenkomst c.q de vergunning op grond waarvan BP rechten op het verkooppunt zou hebben derhalve zeker niet de enige reden voor BP was om de aanvangsovereenkomst slechts met één jaar te willen verlengen. Gesteld noch gebleken is verder dat [huurder] zich tegen de door BP voorgestane verlenging van uitsluitend één jaar bij een juiste voorstelling van zaken ook daadwerkelijk zou hebben verzet. Consequentie daarvan zou immers zijn geweest dat het aan BP vrij zou hebben gestaan om van [huurder] te vergen dat hij het tankstation uiterlijk op 31 december 2006 zou hebben ontruimd. De kantonrechter vermag niet in te zien dat dit in het belang van [huurder] zou zijn geweest. Het rechtsgevolg van artikel 7:301 lid 1 BW zou ook alsdan niet zijn ingetreden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/63fbb5b0f3545fa35cab6ed1cdb4bba595e96cd13b4fd475c7e4335f1dbb1493. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 63fbb5b0f3545fa35cab6ed1cdb4bba595e96cd13b4fd475c7e4335f1dbb1493, en de alinea staat in dat document op bytes 12915 tot 15407.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/63fbb5b0f3545fa35cab6ed1cdb4bba595e96cd13b4fd475c7e4335f1dbb1493 | shasum -a 256