Citaat | Rechtbank Alkmaar 20 mei 2010

Alinea 98 Rechtbank Alkmaar 20 mei 2010

Een alinea uit Rechtbank Alkmaar 20 mei 2010, ECLI:NL:RBALK:2010:BM5130.

4.9 Uit hetgeen hiervoor is overwogen, kan niet worden aangenomen dat [naam 2] en / of [naam 5] onrechtmatig jegens [naam 1] hebben gehandeld door [naam 4] te helpen bij het ophalen van de rijplaten. De stelling van [naam 1] dat [naam 2] en [naam 3] onrechtmatig jegens hem hebben gehandeld door het mogelijk te maken dat de rijplaten en de bedrijfsauto op hun erf zijn gestald, wordt eveneens verworpen. Zij hebben immers onweersproken aangevoerd dat zij een deel van hun perceel reeds sinds 2004 aan [naam 4] in gebruik hebben gegeven. Dat [naam 4] de betreffende zaken op het aan hem in gebruik gegeven deel van het perceel van [naam 2] en [naam 3] heeft gezet, kan dan ook niet tot het oordeel leiden dat [naam 2] en [naam 3] als eigenaren van dat perceel onrechtmatig jegens [naam 1] handelen. Het gevorderde voorschot op betaling van schadevergoeding wordt derhalve afgewezen voor zover dit is gericht tegen [naam 2], [naam 3] en [naam 5].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a3dcc5ee638b9a184fd835468186d16808fb7e6037e0b035a5a54f508730ce79. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a3dcc5ee638b9a184fd835468186d16808fb7e6037e0b035a5a54f508730ce79, en de alinea staat in dat document op bytes 21452 tot 22410.