Citaat | Rechtbank Alkmaar 9 augustus 2012

Alinea 231 Rechtbank Alkmaar 9 augustus 2012

Een alinea uit Rechtbank Alkmaar 9 augustus 2012, ECLI:NL:RBALK:2012:BX4460.

De rechtbank acht echter onvoldoende feitelijk onderbouwd hoeveel manuren en dus welke kosten daadwerkelijk zien op de onder feit 6 genoemde valse aangiften. Daarbij komt dat het in beginsel aan de politie is om op basis van prioriteitstelling te bepalen of, in hoeverre, en welke opsporingscapaciteit en middelen worden ingezet. Dit maakt dat het rechtstreeks verband tussen de gevorderde kosten van het politieonderzoek en de onder 6 genoemde valse aangiften niet zonder meer gegeven is. Zonder een nadere bewijslevering, die een onevenredige belasting van het strafgeding zou opleveren, kan de rechtbank het ter zake gevorderde niet toe wijzen. Nu de gemachtigde van de benadeelde partij ook niet op de terechtzitting is verschenen om een en ander nader toe te kunnen lichten is het vorenstaande voor de rechtbank reden om de Politie Noord-Holland Noord niet ontvankelijk te verklaren in de vordering, voor zover deze ziet op de kosten van het opsporingsonderzoek betreffende feit 6. De benadeelde kan dit deel van de vordering desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f3b62fbe182860866f29e94816fa1df7ee9c93eb69b8d3daef416a40c94a4b13. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f3b62fbe182860866f29e94816fa1df7ee9c93eb69b8d3daef416a40c94a4b13, en de alinea staat in dat document op bytes 42213 tot 43306.