Citaat | Rechtbank Almelo 2 april 2002

Alinea 150 Rechtbank Almelo 2 april 2002

Een alinea uit Rechtbank Almelo 2 april 2002, ECLI:NL:RBALM:2002:AE0934.

De rechtbank overweegt dienaangaande dat artikel 5, lid 4 EVRM beoogt de rechtsgeldigheid van de vrijheidsberoving, in dit geval de inbewaringstelling van verdachte, door een rechterlijke instantie te laten toetsen. Deze toetsing betreft de rechtmatigheid (lawfulness) van de detentie, welke in overeenstemming dient te zijn met het nationale recht en de principes van het verdrag. In het kader van deze toetsing dient de gedetineerde de mogelijkheid te hebben om zijn standpunt duidelijk te maken, waarbij kennis van het dossier van belang is om de rechtmatigheid van de detentie te kunnen beoordelen. In dit verband dient de gedetineerde ingevolge artikel 6, lid 3 EVRM te beschikken over de tijd en de faciliteiten die nodig zijn voor de voorbereiding van zijn verdediging.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5c6f594a925c99942c3bb275d9f265827d1254e54fdb040140b8bbe30cd408c3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5c6f594a925c99942c3bb275d9f265827d1254e54fdb040140b8bbe30cd408c3, en de alinea staat in dat document op bytes 37356 tot 38145.