Citaat | Rechtbank Almelo 2 april 2002

Alinea 260 Rechtbank Almelo 2 april 2002

Een alinea uit Rechtbank Almelo 2 april 2002, ECLI:NL:RBALM:2002:AE0935.

De vraag is nu hoe zwaar de straf die aan verdachten moet worden opgelegd, behoort te zijn. De wet zegt dat bij de bepaling daarvan gelet dient te worden op de ernst van de zaak, de verwijtbaarheid en de persoon van de dader. Daarnaast spelen echter, naar uit de jurisprudentie blijkt, ook allerhande andere omstandigheden een rol. Dat zijn dingen zoals het verloop van het onderzoek, de duur daarvan en de vraag of anderen, die mogelijk ook vervolgd hadden kunnen worden, ook vervolgd zijn of nog vervolgd worden. Kijken we naar al deze omstandigheden, dan zien we dat zowel de gemeente Enschede en haar met de vergunningverlening belaste en controlerende ambtenaren, als de betrokken ambtenaren van het Bureau Milan van het Ministerie van Defensie hun taken in deze op een volstrekt onbegrijpelijke wijze hebben uitgevoerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e1f7b2f9efcded3363e2b06c131719e9879b3e984e82f12b1ceb7a94e809ce7c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e1f7b2f9efcded3363e2b06c131719e9879b3e984e82f12b1ceb7a94e809ce7c, en de alinea staat in dat document op bytes 70224 tot 71062.