Citaat | Rechtbank Almelo 4 februari 2003

Alinea 55 Rechtbank Almelo 4 februari 2003

Een alinea uit Rechtbank Almelo 4 februari 2003, ECLI:NL:RBALM:2003:AF4017.

Het gaat bij de beoordeling van dit onderdeel van het geschil om de vraag of een schuldeiser zich naar Nederlands recht kan verhalen op de vordering van zijn schuldenaar op diens bank ter zake van weliswaar in beginsel beschikbaar gesteld maar (nog) niet opgenomen gedeelte van het krediet. Uitgangspunt is dat Woudstaete krachtens haar vordering - in beginsel - op alle goederen van Hanzevest kan verhalen en ter bewaring van dat recht op die goederen beslag kan doen leggen. Hanzevast heeft uit hoofde van haar kredietovereenkomst een opeisbare vordering jegens de betreffende bank, welke voortvloeit uit een tussen deze partijen reeds bestaande rechtsverhouding. Het enige wat Hanzevast moet doen is daartoe haar wilsuiting aan de bank kenbaar maken. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat Hanzevast met haar kredietruimte een voorwaardelijke vordering heeft op haar bank.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0e8d25ff2b979fe740081fff6ad600cc1513da54c96c02778e7ff492aae74394. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0e8d25ff2b979fe740081fff6ad600cc1513da54c96c02778e7ff492aae74394, en de alinea staat in dat document op bytes 15404 tot 16296.