Citaat | Rechtbank Almelo 4 februari 2003

Alinea 59 Rechtbank Almelo 4 februari 2003

Een alinea uit Rechtbank Almelo 4 februari 2003, ECLI:NL:RBALM:2003:AF4017.

Een beslag op een kredietruimte zou voor een bank, als derde beslagene, echter grote administratieve lasten opleveren. De bank zou na de beslaglegging moeten bijhouden of en voor welk bedrag de beslagene zijn wilsrecht uitoefent (en/of de beslaglegger namens hem) en die bedragen vervolgens telkens moeten reserveren voor de beslaglegger en zowel het door het beslag getroffen saldo als de omvang van het resterende wilsrecht na vier weken vermelden op de verklaring bedoeld in artikel 476a Rv. Dit alles wordt nog gecompliceerder bij botsende beslagen. Deze last (en met de toenemende complexiteit daarvan ook het toenemende risico van fouten en schadeplichtigheid) voor de derde beslagene is in strijd met het uitgangspunt dat hij van het beslag niet slechter mag worden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0e8d25ff2b979fe740081fff6ad600cc1513da54c96c02778e7ff492aae74394. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0e8d25ff2b979fe740081fff6ad600cc1513da54c96c02778e7ff492aae74394, en de alinea staat in dat document op bytes 18374 tot 19161.