Citaat | Rechtbank Almelo 2 februari 2005

Alinea 34 Rechtbank Almelo 2 februari 2005

Een alinea uit Rechtbank Almelo 2 februari 2005, ECLI:NL:RBALM:2005:AS4746.

In casu is het echter naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar (art. 6:2 lid 2 BW) dat de overeenkomst met terugwerkende kracht geheel ten nadele van Dexia teniet wordt gedaan. Immers, aannemelijk is dat de nietigheid van de overeenkomst in rechte niet aan de orde zou zijn gekomen, indien de waarde van de aandelen ten tijde van het expireren van de overeenkomst groter zou zijn geweest dan de ter beschikking gestelde geldsom. Gelet hierop, in het licht van art. 6:278 lid 2 BW, zal iedere partij de helft van het saldo dat bestaat uit de restschuld ad € 11.046,77 verminderd met de door [Gedaagde] betaalde rentetermijnen ad € 4.072,60, dienen te dragen. Dit betekent dat de in conventie gevorderde hoofdsom tot een bedrag ad € 1.452,-, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente vanaf het per 11 juni 2003 ingetreden verzuim, zal worden toegewezen. Aan de reconventionele vordering wordt dan niet meer toegekomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8d7d3777634f0476ecc87dc186b97365e1ff8577307905a77a7b9c802a5b1876. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8d7d3777634f0476ecc87dc186b97365e1ff8577307905a77a7b9c802a5b1876, en de alinea staat in dat document op bytes 13177 tot 14145.