Citaat | Rechtbank Almelo 10 januari 2007
Alinea 69 Rechtbank Almelo 10 januari 2007
Een alinea uit Rechtbank Almelo 10 januari 2007, ECLI:NL:RBALM:2007:AZ5879.
Blijkens de memorie van toelichting bij artikel 10, tweede lid, aanhef en onder c, van de Wob beoogt deze uitzonderingsgrond te voorkomen dat de opsporing en vervolging van strafbare feiten zou kunnen worden gefrustreerd door openbaarmaking van gegevens die opsporingsambtenaren of het Openbaar Ministerie inmiddels hebben vergaard. De rechtbank leidt hieruit af dat de onderhavige uitzonderingsgrond in beginsel ook kan worden ingeroepen als het gaat om strafrechtelijke onderzoeken die nog niet in gang zijn gezet, doch naar haar oordeel dient er dan in ieder geval wel een concrete aanwijzing te zijn dat een dergelijk onderzoek zal gaan plaatsvinden. De mogelijkheid stukken openbaar te laten maken zou anders te veel afhankelijk zijn van een onzekere toekomstige gebeurtenis, hetgeen zich moeilijk laat rijmen met het hiervoor tot uitdrukking gebrachte uitgangspunt van de Wob.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1d033f6ecb848f58e34ba48f2f0b8ae93a463e6b8c9f2c81a2c26e29dbf0559d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1d033f6ecb848f58e34ba48f2f0b8ae93a463e6b8c9f2c81a2c26e29dbf0559d, en de alinea staat in dat document op bytes 23477 tot 24372.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1d033f6ecb848f58e34ba48f2f0b8ae93a463e6b8c9f2c81a2c26e29dbf0559d | shasum -a 256