Citaat | Rechtbank Almelo 19 november 2008

Onder 1. Rechtbank Almelo 19 november 2008

Een alinea uit Rechtbank Almelo 19 november 2008, ECLI:NL:RBALM:2008:24.

In deze zaak staat als gesteld en erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken en/of blijkend uit niet-betwiste overgelegde producties, het navolgende vast: a. Bij vonnis van deze rechtbank van 28 augustus 2002 is de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Central Food Tech B.V. -hierna te noemen: CFT- in staat van faillissement verklaard, met benoeming van mr. M.M. Verhoeven tot rechter-commissaris en met aanstelling van mr. A.C. Huisman tot curator. Bij beschikking van 1 januari 2003 is mr. Zweers in plaats van mr. Verhoeven tot rechter-commissaris benoemd. b. Op 9 januari 2002 is door deze rechtbank eindvonnis gewezen in de zaak tussen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [VS] -verder te noemen: VS- als eiser en CFT en [gedaagde] in privé, tevens bestuurder van CFT, als gedaagden. De rechtbank heeft voor recht verklaard dat [gedaagde] toerekenbaar tekortgeschoten is jegens VS in de nakoming van zijn verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst en heeft voor recht verklaard dat gedaagden door hun ten processe bedoeld handelen onrechtmatig jegens VS gehandeld hebben. De rechtbank heeft geoordeeld dat CFT en [gedaagde] hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de onrechtmatige gedragingen jegens VS en heeft gedaagden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van schadevergoeding aan VS ten bedrage van € 281.882,21. Daarnaast heeft de rechtbank [gedaagde] veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding aan VS ten bedrage van € 135.907,17. c. In het aan voornoemd eindvonnis voorafgegane tussenvonnis van 24 januari 2001 heeft deze rechtbank onder meer overwogen als volgt: “ De conclusie tot dusverre moet zijn dat [gedaagde] zowel het concurrentiebeding als het geheimhoudingsbeding geschonden heeft en aldus onrechtmatig jegens V&S gehandeld heeft. De vraag is nu of CFT, door gebruik te maken van het tekortschieten van [gedaagde] in de nakoming van diens verplichtingen uit zowel het concurrentiebeding als het geheimhoudingsbeding eveneens onrechtmatig jegens V&S gehandeld heeft. Naar algemeen in de rechtspraak is aanvaard (onder andere HR 28-10-1994, NJ 1995,140) is dat niet zonder meer het geval, maar moeten er bijzondere omstandigheden gesteld en bewezen worden die meebrengen dat daar van sprake is, waaronder tenminste dat in casu CFT wist of behoorde te weten dat [gedaagde] tekort schoot in de nakoming van zijn verplichtingen jegens V&S (onder andere HR 1-11-1991, NJ 1992,423). Naar het oordeel van de rechtbank is er in deze van dergelijke bijkomende omstandigheden sprake. In dat kader wordt overwogen dat de rechtsvoorganger van CFT -Cebag B.V.- per 22 december 1988 is opgericht met gelijktijdige benoeming van [gedaagde] tot directeur en dat deze B.V. is opgericht met name met het doel om [gedaagde] in de gelegenheid te stellen zijn technologische kennis commercieel te exploiteren, alsmede dat [gedaagde] per 3 maart 1989 tevens 50% aandeelhouder van Cebag B.V. is geworden. Verwezen wordt naar hetgeen is gesteld op bladzijde 5 van de conclusie van dupliek van [gedaagde] en CFT waar dit aldus is gesteld. Gezien deze omstandigheden dient de wetenschap die [gedaagde] omtrent zijn gedragswijze jegens V&S had, althans behoorde te hebben, geacht te worden ook bij CFT aanwezig te zijn geweest. Bewijslevering op dit punt kan daarom achterwege blijven. De rechtbank overweegt daarbij ten overvloede nog dat het in strijd met de redelijkheid en billijkheid zou zijn dat [gedaagde] middels een rechtspersoon waarin hij het beleid kan bepalen straffeloos zou kunnen doen wat hem in privé niet is toegestaan. De conclusie is dat ook CFT onrechtmatig jegens V&S gehandeld heeft en naast [gedaagde] voor de door V&S als gevolg daarvan geleden schade aansprakelijk is. ” d. Tegen het eindvonnis van 9 januari 2002 is geen hoger beroep ingesteld, waardoor het kracht van gewijsde heeft gekregen. e. CFT heeft, na het wijzen van genoemd eindvonnis, een bedrag van € 253.500,-- aan VS betaalbaar gesteld, welk bedrag afkomstig was uit de verkoop van activa door CFT aan [B] -verder te noemen: [B]-. f. [gedaagde] heeft zijn privé-aansprakelijkheid jegens VS geschikt op een bedrag van € 250.000,--, welk bedrag betaalbaar is gesteld na verhoging van de hypotheek op zijn woonhuis. g. De curator heeft ten laste van [gedaagde] conservatoir beslag gelegd op diens onroerende zaken te Almelo (bedrijfscomplex) en Nijverdal (woonhuis).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ebeec893fb51dbee299ba988693268b976e5ce6a81fb682256b7579991bf3014. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ebeec893fb51dbee299ba988693268b976e5ce6a81fb682256b7579991bf3014, en de alinea staat in dat document op bytes 6059 tot 10834.