Citaat | Rechtbank Almelo 12 januari 2010
Alinea 32 Rechtbank Almelo 12 januari 2010
Een alinea uit Rechtbank Almelo 12 januari 2010, ECLI:NL:RBALM:2010:BK9302.
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden, met uitzondering van het ten laste gelegde af-, in- of toerijden op of naar verbalisant [verbalisant]. Hoewel uit het dossier blijkt dat bij de verbalisant sprake is geweest van een heftige gemoedsbeweging, herinnert hij zich het voorval goed en maakt hij daarvan een gedetailleerd proces-verbaal op. Er staat volgens de officier van justitie dan ook niets in de weg aan toepassing van artikel 344 lid 2 Sv. Uit het proces-verbaal van de verbalisant blijkt dat verdachte uit de auto is gestapt, op de verbalisant is afgelopen en meermalen heeft geroepen: “jij bent aan de beurt”. Getuige [getuige 1] spreekt over een bedreigende situatie. Gezien alle omstandigheden, waarbij ook het aan komen rijden door verdachte een rol speelt, echter niet als bedreigingshandeling, is volgens de officier van justitie sprake geweest van een zodanige bedreiging dat bij verbalisant [verbalisant] redelijke vrees kon ontstaan dat hij ernstig mishandeld zou worden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c10e7aeee909053c5e81f6891cde1a4cc679cd9342ee29adc989afb3e5a5c58d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c10e7aeee909053c5e81f6891cde1a4cc679cd9342ee29adc989afb3e5a5c58d, en de alinea staat in dat document op bytes 8841 tot 9937.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c10e7aeee909053c5e81f6891cde1a4cc679cd9342ee29adc989afb3e5a5c58d | shasum -a 256