Citaat | Rechtbank Almelo 12 januari 2010

Alinea 33 Rechtbank Almelo 12 januari 2010

Een alinea uit Rechtbank Almelo 12 januari 2010, ECLI:NL:RBALM:2010:BK9302.

De verdediging stelt zich op het standpunt dat verdachte van het primair en subsidiair ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken, nu verdachte ontkent en zich in het dossier geen aanvullend bewijs voor de verklaring van verbalisant [verbalisant] bevindt. De verklaring van verdachte wordt bevestigd door de verklaring van getuigen [getuige 2] en [getuige 3]. Beiden verklaren niet over dreigende taal of dreigend gedrag aan de zijde van verdachte. [Medeverdachte 1] hoort wat er gezegd wordt, maar hoort geen bedreigingen zoals ten laste is gelegd. Uit de letterlijke uitwerking van het gesprek met de meldkamer, en dan met name uit de zinsnede “en dan komen ze dreigend over, tenminste dat denken ze dan”, blijkt volgens de verdediging bovendien dat de situatie niet dreigend op de verbalisant over is gekomen. Uit het dossier blijkt ten slotte dat de verbalisant behoorlijk opgewonden en boos was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c10e7aeee909053c5e81f6891cde1a4cc679cd9342ee29adc989afb3e5a5c58d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c10e7aeee909053c5e81f6891cde1a4cc679cd9342ee29adc989afb3e5a5c58d, en de alinea staat in dat document op bytes 9957 tot 10880.