Citaat | Rechtbank Almelo 12 januari 2010

Alinea 36 Rechtbank Almelo 12 januari 2010

Een alinea uit Rechtbank Almelo 12 januari 2010, ECLI:NL:RBALM:2010:BK9302.

Met betrekking tot het primair ten laste gelegde overweegt de rechtbank als volgt. De rechtbank stelt vast dat over de gebeurtenissen op 16 mei 2008 twee verschillende lezingen bestaan, waarbij de juistheid van de lezing van verbalisant [verbalisant], weergegeven in een ambtsedig proces-verbaal, wordt bestreden door de verdachten en verschillende getuigen. Op de voet van artikel 344 lid 1 Sv kan het proces-verbaal van een opsporingsambtenaar dat in de wettelijke vorm is opgemaakt en dat mededeling van door hemzelf waargenomen of ondervonden feiten of omstandigheden behelst, als bewijsmiddel worden gebruikt. Op grond van lid 2 van artikel 344 Sv is het mogelijk dat het bewijs dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft gepleegd enkel wordt aangenomen op grond van het proces-verbaal van een opsporingsambtenaar. De rechtbank overweegt dat de wet hiertoe niet verplicht en ziet zich gesteld voor de vraag of aan het door verbalisant [verbalisant] opgemaakte proces-verbaal de bewijskracht van artikel 344 lid 2 Sv dient te worden toegekend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c10e7aeee909053c5e81f6891cde1a4cc679cd9342ee29adc989afb3e5a5c58d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c10e7aeee909053c5e81f6891cde1a4cc679cd9342ee29adc989afb3e5a5c58d, en de alinea staat in dat document op bytes 11058 tot 12126.