Citaat | Rechtbank Almelo 2 maart 2011

Alinea 103 Rechtbank Almelo 2 maart 2011

Een alinea uit Rechtbank Almelo 2 maart 2011, ECLI:NL:RBALM:2011:BP7063.

4.10 De rechtbank overweegt in dat kader dat het Hof ’s-Gravenhage voorafgaand aan het arrest HR 18 april 2003, JOR 2003, 160, over een geval van concernfinanciering heeft geoordeeld dat een krediet of financiering ‘… met het doel om de binnen dat concern verrichte activiteiten te ondersteunen, in beginsel geacht moet worden direct of indirect ten voordele van alle onderdelen van het concern te strekken, tenzij blijkt van feiten en omstandigheden die tot een ander oordeel moeten leiden. Daarbij is voor de vraag of de daaruit voortvloeiende schuld aan de financier een vennootschap aangaat niet zozeer van belang of deze vennootschap daadwerkelijk het krediet voor de eigen activiteiten heeft aangesproken maar of zij geacht moet worden, deel uitmakend van het concern, direct of indirect toegang tot dat krediet te hebben verkregen en of dat krediet haar in die zin ten goede is gekomen. Door de beschikbaarheid van het krediet binnen het concern kan immers ook indirect geprofiteerd worden, bijvoorbeeld indien door financiële injecties van buiten af in andere onderdelen van het concern kan worden geïnvesteerd, bepaalde activiteiten kunnen worden uitgebreid of andere onderdelen van het concern daarmee levensvatbaar worden gehouden en daardoor de eigen gegenereerde winsten voor andere doeleinden kunnen worden benut.’

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a63247e487fa360f745b4837c0248bd2371479eb399fd9a8e6590f360a5ea4c4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a63247e487fa360f745b4837c0248bd2371479eb399fd9a8e6590f360a5ea4c4, en de alinea staat in dat document op bytes 32033 tot 33386.