Citaat | Rechtbank Almelo 14 maart 2012

Alinea 84 Rechtbank Almelo 14 maart 2012

Een alinea uit Rechtbank Almelo 14 maart 2012, ECLI:NL:RBALM:2012:BV9721.

4.11. De stelling van [gedaagde] dat vanwege de aard van de zaak, te weten een levend dier, het wettelijke bewijsvermoeden zoals neergelegd in artikel 7:18 lid 2 BW niet zou gelden, gaat, gelet op de hiervoor genoemde wetsgeschiedenis, niet op. Uit die wetsgeschiedenis volgt immers dat die categorie zaken is onderkend maar dat dat er niet toe heeft geleid dat deze categorie als een uitzondering in het kader van de voormelde tenzij-clausule beschouwd moet worden. In gelijke zin oordeelde eerder ook al het hof te Arnhem

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/44135ecc5c3af65a81f36449791f865166c167a7e886068d7662af8c1c85bf1a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 44135ecc5c3af65a81f36449791f865166c167a7e886068d7662af8c1c85bf1a, en de alinea staat in dat document op bytes 18098 tot 18637.