Citaat | Rechtbank Almelo 29 oktober 2012
Alinea 32 Rechtbank Almelo 29 oktober 2012
Een alinea uit Rechtbank Almelo 29 oktober 2012, ECLI:NL:RBALM:2012:BY1625.
In de hier aan de orde zijnde situatie is sprake van een verklaring die reeds als bewijsmiddel is ingebracht en doorslaggevend is geacht. De verklaring is echter op een wezenlijk onderdeel dubbelzinnig. Een lus zou kunnen worden toegepast om alsnog de gewenste duidelijkheid te verkrijgen. Toch kiest de rechtbank hier niet voor. Daartoe overweegt de rechtbank dat het hier een verklaring betreft van één getuige op een beperkt deel van de feiten. Onder die omstandigheden ziet de rechtbank aanleiding het vooronderzoek met toepassing van artikel 8:68 van de Awb te heropenen en gebruik te maken van haar bevoegdheid om [X] zelf als getuige op te roepen. De rechtbank zal daarbij bepalen dat ten behoeve van het getuigenverhoor de zaaksdossiers in handen worden gesteld van de voorzitter dan wel één van de leden van de rechtbank.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a5ba6cf72aba6621c585e87c3ee216692d00bc274e3a647a836b39f05f49bee9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a5ba6cf72aba6621c585e87c3ee216692d00bc274e3a647a836b39f05f49bee9, en de alinea staat in dat document op bytes 16651 tot 17499.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a5ba6cf72aba6621c585e87c3ee216692d00bc274e3a647a836b39f05f49bee9 | shasum -a 256