Citaat | Rechtbank Amsterdam 1 maart 2000
Alinea 33 Rechtbank Amsterdam 1 maart 2000
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 1 maart 2000, ECLI:NL:RBAMS:2000:AA5061.
7. De tegen dit oordeel aangevoerde grief slaagt. Indien juist is dat [verweerder], zoals zij heeft aangevoerd, niet eerder dan de middag na de indiening van het inleidend verzoekschrift op de hoogte was gebracht van de arbeidsongeschiktheid van [verzoeker], hetgeen deze overigens in hoger beroep heeft betwist, zou een redelijke wetsuitlegging hebben kunnen meebrengen dat de kantonrechter [verweerder] niet aanstonds niet-ontvankelijk had verklaard, maar haar een termijn had gegeven om alsnog een reïntegratieplan over te leggen. Gelet op het grote belang dat de wetgever heeft gehecht aan de overlegging van een reïnte-gratieplan bij een verzoekschrift tot ontbinding van een arbeidsovereenkomst met een zieke werknemer, stond het de kantonrechter echter niet vrij aan het vereiste van die over-legging geheel voorbij te gaan en zonder kennisneming van een dergelijk reïntegratieplan tot een inhoudelijk beoordeling van het verzoek over te gaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5ed71abf2e67c9198434aacd4a9743b7b4eaa4deaabd468fb53e78369d388679. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5ed71abf2e67c9198434aacd4a9743b7b4eaa4deaabd468fb53e78369d388679, en de alinea staat in dat document op bytes 9941 tot 10907.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5ed71abf2e67c9198434aacd4a9743b7b4eaa4deaabd468fb53e78369d388679 | shasum -a 256