Citaat | Rechtbank Amsterdam 6 september 2000

Alinea 32 Rechtbank Amsterdam 6 september 2000

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 6 september 2000, ECLI:NL:RBAMS:2000:AA7003.

f. Aansluitend op zijn gevangenisstraf en hechtenis, dit laatste wegens niet betaling van de boete (zie 1.e.), is [gedaagde] op 16 maart 2000 in gijzeling genomen ter uitvoering van de onder 1.b. bedoelde dwangbevelen, een en ander ingevolge het op vordering van de Ontvanger gewezen vonnis van 16 maart 2000 van de fungerend president van deze rechtbank in kort geding. In dat vonnis is in rechtsoverweging 4.1. het volgende overwogen: "Allereerst is buiten redelijke twijfel dat [gedaagde] de twee aanslagen van 31 december 1994 niet meer kan aanvechten. In januari 1995 en ruim een jaar daarna was hij nog op vrije voeten. Gelet op de hiervoor onder 1.c en e genoemde brieven van zijn toenmalige raadsman mr Verhoef, verdient de stelling van [gedaagde] dat hij vóór zijn detentie (en zelfs tot 14 februari 2000) niet van de aanslagen op de hoogte was, geen geloof. Nog minder aannemelijk is dat [gedaagde] in die periode niet op de hoogte was van de namens hem door mr Verhoef gedane strafklacht wegens knevelarij, en dus van de redenen van die klacht."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c487d87d6f6069d85cd435ffd9c8670350c35d31cbcaa88ab81bb917d0af045d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c487d87d6f6069d85cd435ffd9c8670350c35d31cbcaa88ab81bb917d0af045d, en de alinea staat in dat document op bytes 8022 tot 9093.