Citaat | Rechtbank Amsterdam 6 september 2000
Alinea 44 Rechtbank Amsterdam 6 september 2000
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 6 september 2000, ECLI:NL:RBAMS:2000:AA7003.
Gezien echter de uitspraken van 5 juni 2000 van de Ontvanger (zie hiervoor onder 1.g.) en de uitspraak van de president van de Belastingkamer van het gerechtshof te Amsterdam van 5 juli 2000 (zie hiervoor onder 1.h.) moet vooralsnog van de onherroepelijkheid van die aanslagen worden uitgegaan - van verschoonbare termijnoverschrijding is dus ook geen sprake - en daarmee van de formele rechtskracht en rechtmatigheid daarvan. Tevens moet ervan worden uitgegaan dat de aanslagen materieel zijn verschuldigd. Immers, [gedaagde] heeft weliswaar aangevoerd dat de aanslagen op een willekeurige wijze zijn vastgesteld, maar tegenover de gemotiveerde stellingen van de Ontvanger, dat de aanslagen op basis van bij de FIOD beschikbare gegevens en uit de strafzaak (zie onder 1.e.) verkregen gegevens zijn vastgesteld, heeft [gedaagde] zijn stelling onvoldoende toegelicht. Ook overigens zijn er geen aanwijzingen dat de aanslagen zonder enige grond zijn opgelegd dan wel klaarblijkelijk op een feitelijke of juridische misslag berusten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c487d87d6f6069d85cd435ffd9c8670350c35d31cbcaa88ab81bb917d0af045d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c487d87d6f6069d85cd435ffd9c8670350c35d31cbcaa88ab81bb917d0af045d, en de alinea staat in dat document op bytes 14471 tot 15514.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c487d87d6f6069d85cd435ffd9c8670350c35d31cbcaa88ab81bb917d0af045d | shasum -a 256