Citaat | Rechtbank Amsterdam 6 september 2000
Alinea 45 Rechtbank Amsterdam 6 september 2000
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 6 september 2000, ECLI:NL:RBAMS:2000:AA7003.
4.3. Op grond van het hiervoor onder 1.e. genoemde arrest, in het bijzonder de daar weergegeven overweging, moet redelijkerwijs worden aangenomen dat [gedaagde] over voldoende middelen beschikt waarmee hij zijn schuld zo al niet ten volle dan toch voor een aanzienlijk gedeelte kan betalen. Hetgeen [gedaagde] daar zondere nadere toelichting en zonder opening van zaken te geven over zijn financiële positie tegen in heeft gebracht, namelijk dat er geen enkele aanwijzing is dat hij over liquide of snel liquide te maken vermogensbestanddelen beschikt en dat de Ontvanger dat ook niet heeft bewezen, is volstrekt onvoldoende.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c487d87d6f6069d85cd435ffd9c8670350c35d31cbcaa88ab81bb917d0af045d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c487d87d6f6069d85cd435ffd9c8670350c35d31cbcaa88ab81bb917d0af045d, en de alinea staat in dat document op bytes 15522 tot 16162.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c487d87d6f6069d85cd435ffd9c8670350c35d31cbcaa88ab81bb917d0af045d | shasum -a 256