Citaat | Rechtbank Amsterdam 11 april 2001

Alinea 36 Rechtbank Amsterdam 11 april 2001

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 11 april 2001, ECLI:NL:RBAMS:2001:AB1000.

De officier van justitie bestrijdt dat het recht tot strafvervolging is verjaard. Hij stelt zich op het standpunt dat op grond van de samenhang met de in de vordering bewaring en gerechtelijk vooronderzoek wél opgenomen feiten de verjaring van de KIO-zaak is gestuit. De officier van justitie verwijst daarbij met name naar de verdenking van deelname aan een criminele organisatie. De opsomming van strafbare gedragingen van de organisatie is niet limitatief, maar opgenomen onder de sleutel van "onder meer". Op het moment van het uitbrengen van de vordering heeft verdachte kennis gekregen van de omstandigheid dat ook de niet expliciet tegen hem verwoorde verdenking met betrekking tot de KIO-zaak zou worden geconcretiseerd en is de verjaring gestuit. De stuiting kan voorts hebben plaatsgevonden op het moment dat verdachte als getuige door de FIOD is gehoord. Slechts partiële niet-ontvankelijkheid - de rechtbank begrijpt: ten aanzien van de handelingen gepleegd vóór het moment van deze stuiting - zou dan ook het gevolg zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e2fd888ce30ca28940f0dd71d2af0654f0553284687ed3744844b108517e896a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e2fd888ce30ca28940f0dd71d2af0654f0553284687ed3744844b108517e896a, en de alinea staat in dat document op bytes 11105 tot 12156.