Citaat | Rechtbank Amsterdam 11 april 2001
Alinea 38 Rechtbank Amsterdam 11 april 2001
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 11 april 2001, ECLI:NL:RBAMS:2001:AB1000.
Het standpunt van de raadsman met betrekking tot de verjaring van het onder 2 telastegelegde feit is juist. Er heeft vóór de datum waarop de verjaring uiterlijk was voltooid (16 april 1998, zie de verklaring van [getuige] tegenover de SFA) geen stuitingshandeling plaatsgevonden ten aanzien van de KIO-zaak, aangezien voor die datum geen sprake is geweest van een concrete vervolgingshandeling met betrekking tot de verweten oplichting. De door de officier van justitie ingediende vordering bewaring en gerechtelijk vooronderzoek van 5 december 1997 - daargelaten dat de woorden "onder meer", "oplichting" dan wel "artikel 326 Sr" daarin niet voorkomen - kan niet als zodanig gelden, nu in die vordering het verwijt met betrekking tot de KIO-zaak niet is geëxpliciteerd. Het door de officier van justitie van verdachte verlangde gewetensonderzoek na de ontvangst van die vordering brengt, anders dan hij kennelijk meent, geen stuiting van de verjaring van een niet in die vordering geëxpliciteerde verdenking mee.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e2fd888ce30ca28940f0dd71d2af0654f0553284687ed3744844b108517e896a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e2fd888ce30ca28940f0dd71d2af0654f0553284687ed3744844b108517e896a, en de alinea staat in dat document op bytes 12522 tot 13552.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e2fd888ce30ca28940f0dd71d2af0654f0553284687ed3744844b108517e896a | shasum -a 256