Citaat | Rechtbank Amsterdam 11 april 2001

Alinea 42 Rechtbank Amsterdam 11 april 2001

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 11 april 2001, ECLI:NL:RBAMS:2001:AB1000.

Bij de beoordeling van die vraag neemt de rechtbank als uitgangspunt dat met de oplichting waarvan in feit 3 sprake is, de KIO-zaak is bedoeld. Niet alleen kan dat volgen uit het feit dat de KIO-zaak als enig als oplichting te kwalificeren delict onder 2 in de telastelegging is opgenomen, maar ook heeft de officier van justitie ter terechtzitting bevestigd dat met de oplichting in feit 3 de KIO-zaak is bedoeld en voorts is het door de verdediging zo begrepen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e2fd888ce30ca28940f0dd71d2af0654f0553284687ed3744844b108517e896a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e2fd888ce30ca28940f0dd71d2af0654f0553284687ed3744844b108517e896a, en de alinea staat in dat document op bytes 14212 tot 14688.