Citaat | Rechtbank Amsterdam 11 april 2001
Alinea 45 Rechtbank Amsterdam 11 april 2001
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 11 april 2001, ECLI:NL:RBAMS:2001:AB1000.
Nu in deze zaak vaststaat dat met "oplichting" in feit 3 de KIO-zaak wordt bedoeld en het recht tot vervolging van verdachte ter zake van die zaak was vervallen op het moment dat de vervolging van verdachte ter zake van artikel 140 Sr te dien aanzien aanving, is de officier van justitie niet-ontvankelijk met betrekking tot feit 3, voorzover het de daarin genoemde oplichting betreft."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e2fd888ce30ca28940f0dd71d2af0654f0553284687ed3744844b108517e896a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e2fd888ce30ca28940f0dd71d2af0654f0553284687ed3744844b108517e896a, en de alinea staat in dat document op bytes 15617 tot 16016.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e2fd888ce30ca28940f0dd71d2af0654f0553284687ed3744844b108517e896a | shasum -a 256