Citaat | Rechtbank Amsterdam 11 april 2001
Alinea 76 Rechtbank Amsterdam 11 april 2001
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 11 april 2001, ECLI:NL:RBAMS:2001:AB1000.
3.2.2 Zoals ten aanzien van het onder 1. telastegelegde is overwogen, is met betrekking tot de tripartiete overeenkomsten geen sprake van valsheid in geschrift. Of er andere feiten of omstandigheden zijn die tot de kwalificatie "valsheid in geschrift" leiden, heeft de officier van justitie niet nader geconcretiseerd, zodat ervan uitgegaan moet worden dat deze verwijzing in het onder 3. telastegelegde slechts ziet op de tripartiete overeenkomsten. Dat leidt tot de conclusie dat de organisatie - zo daarvan al sprake is - evenmin op het overgebleven misdrijf valsheid in geschrift het oogmerk heeft gehad, zodat verdachte ook van dit feit moet worden vrijgesproken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e2fd888ce30ca28940f0dd71d2af0654f0553284687ed3744844b108517e896a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e2fd888ce30ca28940f0dd71d2af0654f0553284687ed3744844b108517e896a, en de alinea staat in dat document op bytes 29047 tot 29728.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e2fd888ce30ca28940f0dd71d2af0654f0553284687ed3744844b108517e896a | shasum -a 256