Citaat | Rechtbank Amsterdam 22 juni 2001
Alinea 26 Rechtbank Amsterdam 22 juni 2001
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 22 juni 2001, ECLI:NL:RBAMS:2001:AB2241.
2.2.1 De raadsman heeft op een aantal gronden bepleit dat de officier van justitie niet ontvankelijk is in zijn vervolging. De rechtbank verwijst voor dit betoog naar de uitgebreide pleitnotities die in het dossier zijn gevoegd. De raadsman heeft daarin het standpunt ingenomen dat de officier van justitie bewust en opzettelijk zijn cliënt heeft benadeeld en derhalve doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van zijn cliënt aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak heeft tekortgedaan (NJ 1996, 249). Dit standpunt van de raadsman en hetgeen overigens ter terechtzitting aan de orde is gekomen geven de rechtbank aanleiding tot de navolgende onderwerpsgewijze, deels ambtshalve overwegingen waarbij uitgangspunt is dat er, in zijn algemeenheid gesproken, voldoende aanleiding was voor de start van een onderzoek tegen verdachte.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9ec9fe01d279aef484bf6eb099a0a3ea338acc7be6a11c44234d07968c8412da. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9ec9fe01d279aef484bf6eb099a0a3ea338acc7be6a11c44234d07968c8412da, en de alinea staat in dat document op bytes 7403 tot 8280.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9ec9fe01d279aef484bf6eb099a0a3ea338acc7be6a11c44234d07968c8412da | shasum -a 256