Citaat | Rechtbank Amsterdam 22 juni 2001
Alinea 39 Rechtbank Amsterdam 22 juni 2001
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 22 juni 2001, ECLI:NL:RBAMS:2001:AB2241.
A.6 Niet is gebleken dat bij de vordering tot het openen van een gerechtelijk vooronderzoek tegen [medeverdachte] & [medeverdachte] B.V. aan de rechter-commissaris mondeling dan wel schriftelijk melding is gemaakt van het bestaan van deze stukken of van de enkele omstandigheid dat eerder onderzoek was verricht naar de door de tipgever genoemde handelwijze op het gebied van frontrunning, meer in het bijzonder de Heidemij-transacties. Uit het verhoor van de rechter-commissaris Salomon ter terechtzitting van 14 mei 2001 vloeit voort dat wel de informatie afkomstig van de tipgever en de verdenking van frontrunning zijn genoemd. De rechtbank acht deze wijze van voorlichten van de rechter-commissaris zeer onzorgvuldig, te meer daar de hiervoor geciteerde conclusies van een ter zake deskundig orgaan - waarvan in ieder geval de strekking ook toen al aan de officier van justitie bekend was - een duidelijk ander licht zouden kunnen werpen op de beschuldigingen van de tipgever. Deze informatie had de rechter-commissaris daarom niet mogen worden onthouden, ongeacht of zij de rechter-commissaris tot een andere beslissing op de vordering tot openen van een gerechtelijk vooronderzoek zou hebben gebracht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9ec9fe01d279aef484bf6eb099a0a3ea338acc7be6a11c44234d07968c8412da. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9ec9fe01d279aef484bf6eb099a0a3ea338acc7be6a11c44234d07968c8412da, en de alinea staat in dat document op bytes 11964 tot 13190.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9ec9fe01d279aef484bf6eb099a0a3ea338acc7be6a11c44234d07968c8412da | shasum -a 256