Citaat | Rechtbank Amsterdam 22 juni 2001

Alinea 40 Rechtbank Amsterdam 22 juni 2001

Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 22 juni 2001, ECLI:NL:RBAMS:2001:AB2241.

A.7 Kwalijker nog acht de rechtbank de gang van zaken met betrekking tot deze stukken bij de aanvraag tot het openen van een gerechtelijk vooronderzoek tegen [medeverdachte1]. Deze is als volgt geweest. De resultaten van de bespreking met de tipgever zijn door de officier van justitie neergelegd in een proces-verbaal van 24 augustus 1997 (AH/1001). Daarin wordt opnieuw gesproken over de transacties Heidemij en over transacties Mogen in verband met [medeverdachte1]. Voorts is op 22 september 1997 het proces-verbaal AH/1004 opgesteld door de Economische Controledienst (ECD). Hierin wordt melding gemaakt van effectentransacties voor rekening van Experta AG, uitgevoerd door [medeverdachte] & [medeverdachte] B.V.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9ec9fe01d279aef484bf6eb099a0a3ea338acc7be6a11c44234d07968c8412da. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9ec9fe01d279aef484bf6eb099a0a3ea338acc7be6a11c44234d07968c8412da, en de alinea staat in dat document op bytes 13198 tot 13933.