Citaat | Rechtbank Amsterdam 22 juni 2001
Alinea 54 Rechtbank Amsterdam 22 juni 2001
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 22 juni 2001, ECLI:NL:RBAMS:2001:AB2241.
B.7 Nu de vordering onderbewindstelling is gebaseerd op de ernstige verdenking van misbruik van voorkennis en deze beschuldiging ook in de begeleidende persberichten (waarover hierna meer) ruime aandacht heeft gekregen, kon aanzienlijke schade worden aangericht en stond met name het voortbestaan van de onderneming van [medeverdachte] & [medeverdachte] B.V. op het spel, ook indien - zoals gebeurd is - die vordering zou worden afgewezen. Een en ander had de officier van justitie moeten nopen tot uiterste behoedzaamheid, die evenwel onvoldoende in acht is genomen. In dat licht bezien heeft de officier van justitie door de rechtbank (op 27 en 28 oktober 1997) deels onjuist, deels onvolledig te informeren de belangen van met name [medeverdachte] & [medeverdachte] B.V. - en daarmee van personeel en aandeelhouders - ernstig veronachtzaamd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9ec9fe01d279aef484bf6eb099a0a3ea338acc7be6a11c44234d07968c8412da. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9ec9fe01d279aef484bf6eb099a0a3ea338acc7be6a11c44234d07968c8412da, en de alinea staat in dat document op bytes 19576 tot 20441.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9ec9fe01d279aef484bf6eb099a0a3ea338acc7be6a11c44234d07968c8412da | shasum -a 256