Citaat | Rechtbank Amsterdam 22 juni 2001
Alinea 88 Rechtbank Amsterdam 22 juni 2001
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 22 juni 2001, ECLI:NL:RBAMS:2001:AB2241.
2.2.4 Uit het hetgeen tot nu toe is overwogen - hetgeen geen uitputtende opsomming van de gebreken aan het strafrechtelijke onderzoek tegen verdachte is - is de rechtbank niet aannemelijk geworden dat er sprake is geweest van een opzettelijke benadeling van de verdachte als waar de verdediging op doelt. De rechtbank is hieruit echter wel duidelijk gebleken van een patroon van onzorgvuldig optreden vanaf de aanvang van het onderzoek door de officier van justitie zelf dan wel door medewerkers van de onder diens verantwoordelijkheid opererende opsporingsinstanties. Voorzover het het optreden van de medewerkers van opsporingsinstanties betreft omvat het verwijt aan het openbaar ministerie op dit punt mede het gebrek aan het uitoefenen van een adequate controle.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9ec9fe01d279aef484bf6eb099a0a3ea338acc7be6a11c44234d07968c8412da. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9ec9fe01d279aef484bf6eb099a0a3ea338acc7be6a11c44234d07968c8412da, en de alinea staat in dat document op bytes 35559 tot 36340.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9ec9fe01d279aef484bf6eb099a0a3ea338acc7be6a11c44234d07968c8412da | shasum -a 256