Citaat | Rechtbank Amsterdam 8 november 2001
Alinea 28 Rechtbank Amsterdam 8 november 2001
Een alinea uit Rechtbank Amsterdam 8 november 2001, ECLI:NL:RBAMS:2001:AD5311.
Op grond van artikel 152 Sv maakt een opsporingsambtenaar ten spoedigste proces-verbaal op van hetgeen door hem tot opsporing is verricht of bevonden. Waar de contacten tussen [v. D.] en A 1052 de begeleiding en aansturing van A 1052 tijdens het verblijf van A 1052 in het Huis van Bewaring tot doel hadden, rustte de in artikel 152 Sv bedoelde verbaliseringsplicht in het onderhavige geval derhalve op A 1052. Teneinde te voorkomen dat zijn ware identiteit bekend zou worden, heeft A 1052 ten tijde van zijn verblijf in het Huis van Bewaring geen proces-verbaal op kunnen maken. Die mogelijkheid bestond voor hem derhalve eerst na 15 juni 2001. Het proces-verbaal van A 1052 is gedagtekend 19 juni 2001. De rechtbank is van oordeel dat een verloop van vier dagen niet zodanig lang is dat hieraan rechtens consequenties zouden moeten worden verbonden. De rechtbank overweegt hierbij bovendien dat de periode van 14 dagen gedurende welke A 1052 in het Huis van Bewaring heeft verbleven niet zodanig lang is dat gevaar voor verlies van informatie bestond, temeer nu hem ook nog de geluidsbanden en de door [v. D.] genoteerde steekwoorden als kenbron ter beschikking stonden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c2ac3cb2f7cca0e77322b40d0d3b4ab4c74ec5392b0664eb92c0bd4073d57e9f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c2ac3cb2f7cca0e77322b40d0d3b4ab4c74ec5392b0664eb92c0bd4073d57e9f, en de alinea staat in dat document op bytes 11117 tot 12303.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c2ac3cb2f7cca0e77322b40d0d3b4ab4c74ec5392b0664eb92c0bd4073d57e9f | shasum -a 256